donderdag 23 januari 2014

Ik sta op

strubbel



Appels
We staan in een appelboomgaard, mijn vader en ik. Er valt een appel op mijn vaders hoofd.
Hij vloekt, ik lach hard. Dan valt er een appel op mijn hoofd. Ik vloek, hij lacht hard. Ik geef hem een klap. Hij slaat me terug. We proberen niet te lachen, maar dat mislukt. We eten de appels op. Dan laden we onze zakken vol. We stoppen ze in onze trui. We proberen er zoveel mogelijk mee te nemen. In de verte komt de boer aanrennen. Wij rennen met de appels, dat gaat moeilijk. Thuis gekomen lachen we nog steeds. We hebben geen appels meer.  
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen